Aan de randen van de stad, op grote kavels tussen de bouwmarkten, sportzaken en tuincentra groeide vanaf de jaren tachtig de meubelboulevard uit tot de kern van de Nederlandse woonconsumptie. Hier ontstond het weekend ritueel van het woonshoppen: een gezinsuitje waarbij inspiratie, advies en afrekenen samenvielen in één fysieke ruimte. Woonwinkels vulden hallen van duizenden vierkante meters en boden alles-in-één: gemak, overzicht en prijsvoordeel. De formule werkte decennialang. Maar wat ooit gold als hét retail antwoord op de woningbehoefte is inmiddels een model dat piept en kraakt.
In de afgelopen vijftien jaar is ruim een kwart van de woonwinkels in Nederland verdwenen. Leegstand neemt toe, bezoekersaantallen lopen terug, marges staan onder druk en grote namen in de sector signaleren dat structurele problemen de boventoon voeren. Voor de meubelboulevard lijkt op het eerste gezicht lijkt de locatie de boosdoener: ver buiten de stad, met veel beton en weinig beleving. Maar de werkelijkheid is complexer. Deze crisis is niet simpelweg het gevolg van verkeerde vestigingskeuzes. Ze wijst op diepere, structurele verschuivingen in consumentengedrag, verdienmodellen en ruimtegebruik.
Meubelboulevards zijn vaak eenzijdige stroken langs de snelweg, slecht bereikbaar zonder auto en missen verblijfskwaliteit. Weinig horeca, nauwelijks groen en al helemaal geen reden om er spontaan langer te blijven. Toch ligt het niet alleen aan de plek. Locaties die zich weten te transformeren tot inspirerende of zelfs circulaire hubs blijven wél relevant. Veel woonwinkels leunen nog steeds op een verouderd verdienmodel. Groot inkopen, hoge kortingen geven en veel volume draaien. Wat klinkt als schaalvoordeel blijkt in de praktijk steeds minder houdbaar. Hoge vestigingskosten, personeelstekorten en een veranderende markt knagen aan de fundamenten.
En dan is er nog de consument. Die is niet verdwenen maar wél fundamenteel verschoven en in meerdere richtingen tegelijk. De meubelboulevard bediende ooit ‘iedereen’ maar dat publiek is uiteengevallen in uiteenlopende behoeftes en leefstijlen. Consumenten oriënteren zich vaker volledig digitaal. Jongeren zijn niet alleen op zoek naar bezit maar naar beleving, esthetiek en flexibiliteit. Ze wonen kleiner, verhuizen vaker en zien meubels als verlengstuk van identiteit. Gefocust op tijdelijk, aanpasbaar en deelbaar. De meubelboulevard staat voor hen ver af van hun wereld, tenzij hij verrast: met een pop-up, een tweedehandszone of een gepersonaliseerde experience. Zonder reden om er fysiek heen te gaan blijven ze weg.
Daartegenover staat de 50-plus consument: praktisch, gericht op zekerheid, service en tastbaarheid. Deze doelgroep oriënteert zich zorgvuldig, vaak samen met een partner en maakt weloverwogen keuzes voor de langere termijn. Ze zijn minder gevoelig voor trends, maar des te meer voor comfort, kwaliteit en betrouwbaarheid. Ze willen kopen met vertrouwen. Toch geldt ook hier gemak wint. Ze willen een klantreis die klopt: van online inspiratie tot betrouwbare bezorging. En ze willen een plek waar ze zich welkom voelen ook als ze niet kopen.
Het pijnpunt zit in de gelijke behandeling van ongelijke behoeften: wie iedereen hetzelfde biedt raakt juist iedereen kwijt. Maar dat betekent niet dat de meubelboulevard zich moet beperken tot één profiel. Het vraagt om segmentatie in de ruimte, onderscheid in sfeer en scherpte in propositie. Een boulevard is geen formule maar een ecosysteem. Doorgaan op de oude voet lijkt makkelijker maar leidt onvermijdelijk tot verdere afwaardering: van merk, van vastgoed en van klantrelatie.
Toch is er perspectief. Er ontstaan contouren van mogelijke toekomstige scenario’s. Denk aan kleinere adaptieve showrooms die fungeren als inspiratieplek gecombineerd met digitale services. Of aan circulaire hubs waar verkoop samengaat met inname, reparatie en hergebruik. Maar denk ook aan een nieuwe mix aan divers winkelaanbod waarbij je het gevoel krijgt dat je echt gaat slagen. In sommige gevallen kan zelfs de meubelboulevard zelf transformeren tot een ervaringsplek (ecosysteem) waar wonen, horeca, evenementen en zorgfuncties samenkomen. Wat ze gemeen hebben: ze vragen durf, samenwerking en investeringen.
Nieuwe ontwikkelingen op deze schaal kunnen niet zonder een vergezicht. Niet alleen de ketens zullen mee moeten bewegen met de ontwikkelingen maar bijvoorbeeld ook vastgoedeigenaren en financiële instellingen zullen het voortouw moeten nemen om gezamenlijk de woonboulevard naar de toekomst te brengen. Samen met de gemeenten en projectontwikkelaars hebben zij de verantwoordelijkheid om weer interessant te worden en te blijven als locatie binnen de steeds veranderende tijdsgeest.
In gezamenlijkheid en met een heldere visie, waar adaptatie en transparantie de kernwoorden zijn, is er een nieuw model voor de meubelboulevard nodig dat kan inspelen op het veranderende consumentengedrag over de generaties heen. Hier zit ook een adviseursrol bij; veel ketens hebben het de afgelopen jaren niet gered omdat de kosten te hoog waren en omdat zij niet flexibel konden meebewegen. Dit had deels voorkomen kunnen worden door, vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid, mee te bewegen.
Er is moed nodig om te vernieuwen en daadwerkelijk Kleur te Bekennen als organisatie om aantrekkelijk te zijn en te blijven. Vanwege het complexe karakter vraagt dit voor een meubelboulevard nog meer moed en afstemming. Er is echter geen andere keuze wil de meubelboulevard weer aantrekkelijk worden en in de toekomst ook blijven.


